Zeelieden in Loosdrecht

 

Nadat ons land sinds 1795 een vazalstaat van Frankrijk was geworden, lijfde keizer Napoleon Bonaparte in 1810 de Nederlanden bij het Franse Keizerrijk in. De Franse tijd zou tot 1813 duren. Napoleon had manschappen nodig voor zijn leger, niet alleen voor de landmacht maar ook voor de zeemacht. Bij Keizerlijk Decreet van 11 februari 1811 werd door hem dan ook de conscriptie (de dienstplicht) voor de zeemacht ingevoerd. Alle vissers en zeelieden, in de ruimste zin van het woord, tussen de 24 en 49 jaar moesten worden ingeschreven. Daarna zouden 3000 mannen geloot worden om in dienst te treden voor een periode van maximaal vier jaar. In het archief van het gemeentebestuur Loosdrecht vinden we een lijst van ingeschreven zeelieden, een tableau der zeelieden van 24 tot 49 jaren, gedomicilieerd in de gemeente van de Loosdrecht. 

fragment 1 tableau
fragment 2 tableau

Fragment uit het tableau der zeelieden te Loosdrecht, 1811

(Streekarchief Gooi en Vechtstreek, archieven van de gemeente Loosdrecht 1592-1945, inventarisnummer 167)

In deze lijst worden alle zeelieden opgesomd die in de gemeente Loosdrecht woonden. Nu zal men zich misschien afvragen of er dan zoveel zeelieden in Loosdrecht waren. Onder zeelieden werden echter ook bijvoorbeeld de binnenvaartschippers en de scheepsknechten geschaard. Velen vervoerden turf, mest, zand of puin. In de verschillende kolommen staan achtereenvolgens het inschrijvingsnummer, de familienaam, de voornamen, de bijnamen, de datum van geboorte, de rang of benaming in de dienst of op de particuliere vaartuigen, de geboorteplaats, de aanwijzing van de verblijfplaats, de namen en woonplaats van de ouders (waarbij eventueel overlijden aangegeven wordt), huwelijkse staat, namen en voornamen van de vrouw, het aantal kinderen en aanmerkingen.

In de aanmerkingen werd opgeschreven of iemand in aanmerking zou kunnen komen voor een vrijstelling en waarom. Een tweetal 'zeelieden' was 'een wijnig doof', wat duidelijk een belemmering kon vormen voor de uitvoering van de dienstplicht. Een schipper had een 'gebrek aan den hals' en een ander was 'met een borstkwaal behebt'.

fragment uit het tableauMaar niet alleen lichamelijke gebreken konden een reden zijn om een vrijstelling te krijgen. Zo staat bij een aantal 'zeelieden' aangetekend dat ze in het najaar turf in de schuren brachten. Dergelijke nevenwerkzaamheden konden dus ook een vrijstelling tot gevolg hebben.

 

Bronnen

  • Streekarchief Gooi en Vechtstreek, archieven van de gemeente Loosdrecht 1592-1945, inventarisnummer 167

  • M.A. van Alphen: 'Kroniek der Zeemacht' (2003), De Bataafse Leeuw te Amsterdam

terug naar boven

 

Laatst gewijzigd: 26/06/13