Stemmen in Hilversum

Stemmen, dat kunt u in deze tijd twee keer doen. Op 4 maart waren de verkiezingen van de gemeenteraad en op 9 juni kunt u de leden van de nieuwe Tweede Kamer kiezen. U kunt zelf bepalen of u van dit democratisch recht gebruik maakt. Een halve eeuw geleden was dat nog een wettelijke plicht. Niet stemmen zonder geldige reden, werd in het begin van de jaren zestig in de vorig eeuw nog beboet met vijf gulden.

Getrapte verkiezingen

Nog langer geleden, in de eerste helft van de 19e eeuw, was ons kiesstelsel heel ingewikkeld. Nederland kende toen een indirect kiesstelsel waarbij bijvoorbeeld via vele trappen de leden van de Tweede Kamer werden benoemd. De provinciale staten wezen de leden van de Tweede Kamer aan. De ridderschappen kozen de staten-leden weliswaar rechtstreeks, maar in de steden en op het platteland was het recht om te stemmen afhankelijk van een bepaalde aanslag in de grond- en personele belasting. Stedelingen die aan die voorwaarde voldeden, wezen een kiescollege aan en dat kiescollege koos de leden van de gemeenteraad. Op zijn beurt koos de gemeenteraad één of meer personen in provinciale staten.

Ook na 1850 bleef de kiesrechtkwestie herhaalde malen een onderwerp van grote meningsverschillen in de landelijke en plaatselijke arena’s. Tenslotte werd in 1917 het algemene kiesrecht ingevoerd voor mannen, twee jaar later ook voor vrouwen.

Opkomstplicht

De plicht om te stemmen, ingevoerd in 1917, kwam in de jaren zestig van de vorige eeuw onder druk te staan. Zowel in 1958 en 1959 werden er in Hilversum tegen vijf mensen die niet gestemd hadden zaken aanhangig gemaakt bij de kantonrechter. Voordat het zover kwam, moest eerst de burgemeester of een namens hem aangewezen ambtenaar de nalatige kiezer ter verantwoording roepen. “Gelet op het omvangrijke werk dat hieraan is verbonden, worden sedert jaren niet alle nalatige kiezers ter verantwoording geroepen, maar na elke verkiezing slechts die van een tiental districten”, zo schreef het hoofd van de afdeling Bevolking en Verkiezingen aan b. en w. in 1962. “Wanneer een deskundige ambtenaar aan het gewone werk wordt onttrokken en zich ten minste een viertal weken met het onderzoek naar nalatige kiezers gaat belasten, dan zullen de normale werkzaamheden ernstig worden gestagneerd, met alle gevolgen van dien”. Omdat de opsporing van nalatige kiezers   uiteindelijk een zeer gering effect opleverde, stemde het college ermee in dat de vervolging van nalatige kiezers in ’62 achterwege zou worden gelaten. “Volgend jaar wel”, schreef de gemeentesecretaris namens b. en w. onder het voorstel.

In 1970 werd de opkomstplicht afgeschaft.

Dit artikel werd geschreven door de afdeling Communicatie en gepubliceerd op de website van de gemeenteHilversum op 4 maart 2010.

Laatst gewijzigd: 07/03/11