Oprichting van de Vrijwillige Brandweer

Op 4 april 1884 stond de Hilversumsche Stoomspinnerij en Weverij aan de Gooische vaart in brand. Deze brand was voor een aantal Hilversummers aanleiding om in 1885 de Vereeniging Hilversumsche Vrijwillige Brandweer op te richten. Nadat de gemeenteraad besloten had de vereniging te bedelen met een toelage van 500 gulden gedurende drie jaar voor aanschaf van een brandspuit en andere blusmiddelen, natuurlijk wel onder bepaling dat deze eigendom van de gemeente bleven, vond op 15 juni 1885 de eerste algemene ledenvergadering plaats. De gemeenteraad bepaalde overigens ook dat de vrijwillige brandweer weliswaar een zelfstandig geheel vormde onder haar eigen bestuur, doch deel uitmaakte van het gemeentelijk brandweerkorps. In die dagen was niet iedereen tevreden over het functioneren van dat korps, dat verre van professioneel was.

Potje biljart

De Vrijwillige Brandweer had als materieel twee ‘moderne’ handspuiten (uit 1870 en 1872) en wat slangenwagens. De vereniging hield jaarlijks ongeveer twaalf oefeningen die veelal in een van de lokale hotels werden afgesloten met een gezellig samenzijn en een potje biljart. Jaarlijks was er een uitje naar bijvoorbeeld Arnhem, Cleve of Soest, dat werd afgesloten met een feestmaaltijd en een biljartwedstrijd. Op haar hoogtepunt telde de vereniging ongeveer veertig leden.

Gasvlammen

In het Streekarchief zit een instructie voor de vrijwillige brandweerlieden die brandwachtdiensten in het Concert- en Comediegebouw draaiden. Zij moesten zich een half uur voor aanvang van elke voorstelling “Geheel in uniform gekleed, voorzien van reddingsgordel, touwen, bijl enz.” in het gebouw bevinden. Verder staat er in de instructie onder meer: “Zij geven voortdurend acht op alle gasvlammen zoowel van het voetlicht als van de boven- en zijlichten op het toneel”.

Garage van de brandweer aan de Naarderstraat, 1928

Opheffing

Tien jaar na haar oprichting werd besloten de vereniging weer op te heffen. De vrijwillige brandweer vond zichzelf overbodig geworden door onder meer de uitbreiding van het waterleidingnet, de stichting in de gemeente van politieposten met slangenwagens en het verbeterde materiaal en functioneren van de gemeentebrandweer. De vereniging werd met ingang van 1 maart 1895 opgeheven.

Archief

Het archief van de vereniging, zoals het werd overgeleverd, is in handen gebleven van de secretaris van de vereniging, aannemer Wouter Houtman. Deze heeft het archief vermoedelijk begin jaren 1930 opgeborgen achter de schoorsteen op zolder van Langestraat 113a, de inmiddels gesloopte werkplaats van het aannemersbedrijf. Bij het ontruimen van het pand is het archief gevonden en vervolgens door de kleinzoon van Wouter Houtman, ook een Wouter Houtman, in 2004geschonken aan het Streekarchief.

Staking

Er bleven echter vrijwilligers actief bij de Hilversumse brandweer. In 1906 legden de brandmeesters van de vrijwillige brandweer hun functie neer. Zij vonden dat zij niet meer goed voor de veiligheid van de bevolking konden zorgen. Zij wezen erop dat er grotere huizen waren gekomen, er waren fabrieken gebouwd, er was een gasnet aangelegd voor de openbare verlichting en de organisatie van de plaatselijke brandbestrijding vonden zij maar rommelig. Daar kwam na de brand bij Veerman’s Kolenhandel op 18 december 1906 een einde aan. Burgemeester J.C.G├╝lcher greep in. Hij gaf het startsein voor de professionalisering van de brandweer in Hilversum.

Hoe het verder ging

Garage van de brandweer aan de Naarderstraat, 1928In 1907 ontstond de beroepsbrandweer. De brandweertaken werden ondergebracht bij de gemeentelijke reinigingsdienst om op die manier een plichtbrandweer te vormen. Tien man was voldoende. Die mensen moesten wel op bepaalde plaatsen in het dorp gaan wonen, om, als zij ‘s nachts vanaf huis moesten uitrukken, snel overal te kunnen komen. Jarenlang had Hilversum een plichtbrandweer. De korpsleden waren in de eerste plaats medewerkers van de technische dienst Publieke Werken. Daardoor maakten ze automatisch deel uit van de brandweer. Daarom woonden ze ook in de directe omgeving van de garages in de Orchideestraat waar de brandweerwagens ’s avonds en ’s nachts stonden.

Allerlaatste korps

Het Hilversumse brandweerkorps was het allerlaatste korps in ons land dat in 1984 veranderde van een plichtbrandweer naar een beroepsbrandweer. Dertig vrijwillige brandweerlieden maakten daar deel van uit, want een korps van alleen maar beroepsmensen was en is onbetaalbaar.

Nog steeds

Er werken nog steeds vrijwillige brandweerlieden in Hilversum. Ondanks het feit dat zij het bij het uitoefenen van hun taken soms niet gemakkelijk hebben door onder meer toenemende agressie van het publiek, zijn de meesten trouwe leden van het korps. Onlangs ontvingen Jan van Wagtendonk, Jan Scheele, Rob Schouten, Jos van Oostrum en Edwin Brouwer een koninklijke onderscheiding voor jarenlange trouwe dienst.

Dit artikel werd geschreven door de afdeling Communicatie en gepubliceerd op de website van de gemeente Hilversum op 23 september 2010

Terug naar boven

 

Laatst gewijzigd: 07/03/11