Natuurbad Crailoo

“Een bron van genot”. Zo werd het zwembad Crailoo aan  de Lage Naarderweg in het begin van de jaren veertig nog in een brochure aangeprezen bij de Hilversummers. Het zwembad, ontworpen door stadsbouwmeester W. M. Dudok, was op 25 mei 1931 geopend. Tienduizend bezoekers tijdens bijvoorbeeld het warme Pinksterweekeinde van 1953 waren geen uitzondering. In 1984 viel het doek. Er moest bezuinigd worden, terwijl Crailoo aanzienlijke verliezen leed. Ook een van de eerste grote acties van de plaatselijke afdeling van de Socalistische Partij kon het noodlot niet afwenden.

Natuurbad Crailoo in 1953

Procedure

Het zwembad kwam er naar een “goede” Gooise traditie niet zonder slag of stoot. De erfgooiersvereniging “Macht door Recht” was het er helemaal niet mee eens dat het gemeentebestuur een zwembad wilde aanleggen in een door de vereniging gehuurd deel van de Crailoose Plas. De erfgooiers spanden een procedure aan die eindigde met een schikking in de vorm van een schadevergoeding.

Welvoeglijkheid

Crailoo was daarna regelmatig onderwerp van debat in de gemeenteraad als het ging om wat toen de welvoeglijkheid werd genoemd. Zwemverenigingen die gebruik maakten van het zwembad verlangden al in de beginjaren een verbod op gemengd zonnebaden en/of zwemmen. De gemeenteraad hield echter vast aan zijn eerder ingenomen standpunt dat in Crailoo “gelegenheid tot familiebad zou worden geboden”. Ter tegemoetkoming aan het verzoek werd in 1934 wel bepaald  “dat voor het gebruik van consumpties op het terras der inrichting, personen, in badcostuum gekleed, slechts dan zullen worden toegelaten, indien bedoeld costuum bedekt is door een badmantel of dergelijke”.

Schutting

Een jaar later waren er echter al weer scherpe debatten in de raad. De katholieke fractie wilden mannelijke en vrouwelijke gebruikers van Crailoo scheiden door een schutting van 2 meter hoog met matglas bovenin. Burgemeester en wethouders stelden een schutting van 1.25 meter voor, maar ook die werd door de gemeenteraad met elf tegen twintig stemmen verworpen.

Het zwembad met zijn natuurlijke bronwater voorzag de jaren daarna in een behoefte. Met name voor kinderen die allergisch waren voor het gechloreerde water van andere zwembaden in de omgeving. Menige Hilversummer en Hilversumse trok zijn of haar eerste baantje in Crailoo. De bekende zwemleraar Jan Stender ontfermde zich over jeugdige zwemtalenten.

Niet meer verantwoord

Later ondervond Crailoo in warme zomers in toenemende mate concurrentie van het vele oppervlaktewater in onze regio. Door de inpoldering van het IJsselmeer kreeg het Gooi het Gooimeer. Het strand werd op vele plekken toegankelijk gemaakt voor recreanten die in onze regio ook al terecht konden bij de Loosdrechtse Plassen. In 1984 vond het gemeentebestuur de exploitatie van Crailoo niet meer verantwoord. In dat jaar oordeelde de raad tevens dat er fors bezuinigd moest worden en dat bespoedigde de sluiting van het natuurbad.

Gegadigden

Als pleister op de wonde werd bepaald dat wat er ook op de plek van Crailoo zou komen, er moest wèl een zwembad blijven. Juist die voorwaarde was de reden dat gegadigden uiteindelijk de een na de andere afhaakten. “Immers”, aldus één van hen in de plaatselijke krant, “de gemeente kon dat zwembad zelf niet exploiteren”.  Plannen voor een dubbele sporthal en andere sportfaciliteiten bij het zwembad en een forellenkwekerij in de bassins leden schipbreuk. In ’89 was er nog even sprake van de verplaatsing van de tennisbanen van het Melkhuisje naar Crailoo, maar ook dat ging niet door. Ondertussen vielen de restanten van het zwembad ten prooi aan vandalisme. Daarom liet de gemeente eind jaren tachtig de badhuisjes slopen.

Uiteindelijk werden de gemeentelijke voorwaarden voor invulling van het gebied versoepeld. Dat maakte de weg vrij voor de nieuwbouw van een bedrijf in de audio-visuele sector.

Natuurbad Crailoo in 1954

Dit artikel werd geschreven door de afdeling Communicatie en gepubliceerd op de website van de gemeente Hilversum op 14 juli 2010.

Terug naar boven

Laatst gewijzigd: 07/03/11