Motorbrigade Hilversum

Zo worden de politieagenten genoemd die zich op hun mountainbike snel kunnen verplaatsen in gebieden die minder toegankelijk zijn voor auto’s. In 1987 werd in Seattle, USA,  het idee van mountainbike-surveillance geboren. Ook in Nederland hadden de politiekorpsen grote interesse voor de Bikepatrol. Pas in mei 2001 ging er een pilot van start in Den Haag. Daarna ging het snel met de biketeams en op dit moment heeft elk korps zijn eigen team. Zo ook de politie in Hilversum.

Te voet

Surveillance per fiets lijkt dus een nieuw fenomeen maar niets is minder waar. Na de uitvinding van de luchtband in 1888 en het op de markt brengen van de Humber safety bicycle in 1890 was de fiets uitgegroeid tot een vervoermiddel dat in ieders bereik lag. Rond 1900 begon ook de Nederlandse politie de pluspunten van het rijwiel in te zien. Surveillance deed men toen nog te voet en agenten moesten vaak meer dorpen en gehuchten volgens een voorgeschreven route controleren. De inzet van een fiets zou zodoende een enorme tijdswinst opleveren. Er kwam zelfs een speciale functie van rijwielagent, die men pas na een speciale training mocht uitoefenen.

 
De rijwielbrigade in 1922. Vlnr: W. Geest, H.J. Meerman, J. van Ravenzwaaij, N. v.d. Veen, L. Schmidtjes, D. v.d. Broek en E. de Paepe. De laatste was meer bekend onder zijn scheldnaam Papie de Ballenjatter. 

 

Geteld

In 1911 deed het rijwiel zijn intrede bij de Hilversumse politie. Vijf fietsen werden toen bij plaatselijke leveranciers gehuurd. Die fietsen bleken een uitkomst, maar vertoonden regelmatig technische mankementen. Op 23 oktober 1914 werd door de commissaris van politie, speciaal voor verkeersdoeleinden, een rijwielbrigade in het leven geroepen. Weer twee jaar later werd de huur van de rijwielen opgezegd en schafte men, bij wijze van proef, negen fietsen aan. Toen het rijwielpark tot 21 fietsen was uitgegroeid, verscheen er in de zomer van 1917 een dienstorder, waarin onder meer stond dat de fietsen op het bureau moesten worden gestald en dat ze enkele malen per dag moesten worden gecontroleerd en geteld.

Harley Davidson

In een rapport van 23 oktober 1921 aan het gemeentebestuur van Hilversum gaf de commissaris nog eens aan wat het belang was van de fietsbrigade: ”De gemeente bezit zeer weinig rechte wegen, zoodat het surveilleerende personeel in den regel slechts een korten gezichtkring heeft. Heeft de politieman niettegenstaande dit beletsel toch een misdrijf of de overtreding gezien, dan nog is het de overtreder mogelijk spoedig aan den hem te voet nazittende politieman te ontloopen”. In hetzelfde rapport deed de vooruitstrevende commissaris ook een voorstel om een motorrijwiel met zijspan aan te schaffen ”om de recherche bij ernstige zaken met den meesten spoed te kunnen doen optreden op de plaats des misdrijfs en in het belang van het verkeer werkzaam te kunnen zijn’. Het duurde hierna nog vijf jaar voordat de motor zijn intrede deed. Dat was een Harley Davidson, model 1926 (kostprijs fl. 1515,-). Op 7 maart 1929 kwam er een tweede motor bij.

Zijspan

Rond 1937 werd het motorpark van de Hilversumse politie uitgebreid met enkele Harleymotoren met zijspan, en met een zogenaamde overvalwagen. Dit was een gesloten bestelauto met achterin langs de wand een houten bank. Het was een Ford V8 die door het personeel ‘De Victor’ werd genoemd. Er kwam ook een eigen garage bij het bureau.

Massieve banden

In 1945 was er na de bevrijding van een goed georganiseerde politie in Hilversum niet veel meer over. Men moest lopen of men reed op een fiets met massieve banden. Van het Canadeze leger kocht men een aantal Harleymotoren en ook werden er enkele tweedehands auto’s aangeschaft. Vooral na 1971 motoriseerde het politiekorps van Hilversum op grote schaal, er werden VW-kevers aangeschaft en er kwamen Opels als surveillancewagens. De fiets verdween steeds meer naar de achtergrond tot de komst van de biketeams.

 
De motorbrigade in 1938. Op en in de Harley Davidsons zitten vlnr A. Huijgen, J. Schaaff, J. de Graaf, A.B.A. Meester, J.H. Karel, D.J. ten Hove, E.F. Dost, J.H. Bos, L. Schmitjes, J.H. Krähe en H. Hovenkamp.

 

Dit artikel werd geschreven door de afdeling Communicatie en gepubliceerd op de website van de gemeente Hilversum op 16 januari 2012

Laatst gewijzigd: 26/03/12