Het Spanderswoud

Het gebied ten noordwesten van Hilversum, dat nu het Spanderswoud wordt genoemd, is oorspronkelijk een deel van het heidegebied dat door de erfgooiers werd gebruikt. Rond 1625 werd een groot deel van het gebied gekocht door rijke Amsterdammers die vergunning kregen om het te ontginnen. Zij bouwden er statige landhuizen en lieten tuinen aanleggen. Zo creëerden zij prachtige buitenplaatsen. Achter die buitenplaatsen plantten zij de zogenaamde achterbossen aan. Er ontstond hierdoor een aanééngesloten gebied gelegen bij de buitenplaatsen Spanderswoud, Boekesteyn en Jagtlust die in handen waren van enkele grootgrondbezitters. In deze parkachtige bossen werden ook fraaie wandelpaden aangelegd. Het hoofddoel van de grootgrondbezitters was exploitatie van de bossen door verkoop van naald- en eikenhout voor industriële doeleinden.

Klik voor vergroting
Recreatie in het Spanderswoud, 1966
 

Uitbreiding en bebouwing

Toen de gemeente Hilversum begin 20e eeuw haar uitbreidingsplannen voor de bebouwde kom probeerde te realiseren, kon men niet om de grootgrondbezitters heen. Onder leiding van de directeur van Publieke Werken, Willem Marinus Dudok, ontwierp de gemeente een plan voor de realisatie van gemeentewoningen en villawijken. Na stevige onderhandelingen kwamen de achterbossen van onder meer het Spanderswoud en Jagtlust in 1920 in bezit van de gemeente. Zij wilde het gebied onder de naam Spanderswoud exploiteren en trad dus op als projectontwikkelaar.

Protest

De plannen voor bebouwing van het Spanderswoud zorgden voor protest uit verschillende hoeken. Onder meer het Nederlands Natuurhistorisch Verbond spoorde de gemeente aan om af te zien van de geplande huizenbouw en het natuurmonument te behouden. Dudok reageerde hier fel op, behoud van de natuur vond hij ondergeschikt aan de uitbreiding van de bebouwde kom van Hilversum: ‘Ik acht het streven rondom een zich ontwikkelende gemeente, aanzienlijke terreinen onbebouwd te laten en daar het natuurschoon te behouden even ongezond als te trachten een mensch in zijn ontwikkeling te belemmeren, omdat hij somtijds, als kind zoo byzonder aantrekkelijke eigenschappen bezit. Het onsympathieke van het geval is voor my voornamelijk daarin gelegen dat juist die menschen altyd den mond vol hebben over natuurschoon en over de “zonde” om in “zulk een mooie streek te bouwen” die het natuurschoon zelf helpen vernielen door het bouwen van afschuwelijke villa’s en prullerige landhuizen. Maar hiertegen praten helpt niet en het zal nog wel honderd jaren duren eer het Publiek zijn tegenwoordige verering voor een boom overbrengt op een goed huis, en er ontvankelyk voor wordt dat architectuur, evenals alle kunst, natuur is, in den besten zin des woords.’

Tramlijn

Bij het exploitatieplan hoorde ook het uitbreiden van de infrastructuur met een tramlijn, wat weer op veel protest stuitte van de omliggende gemeenten. De verkoop van de percelen viel erg tegen en uiteindelijk zag de gemeente dan ook geheel af van de villabouw in het Spanderswoud. Het Spanderswoud werd een recreatiegebied en kreeg in het Uitbreidingsplan van 1933 de bestemming reservaat.

Haaks

Dudok verdedigde dit met argumenten die haaks staan op zijn eerdere uitspraken van 1920: ‘Het plan keert zich tegen de degeneratieverschijnselen dat juist onze tijd van snel wassende bevolking bij de ontwikkeling onzer steden en dorpen overal te zien geeft. Verschijnselen die zich kort samengevat uiten in de vertroebeling van de natuurlijke grenzen tusschen stad en dorp enerzijds en het omringende land anderzijds. Het plan lost het verkeersvraagstuk op eenvoudige manier op, het ontsluit in voldoende mate nieuwe werkgebieden,schept fraaie woonwijken voor alle klassen van de bevolking in zeer voldoende mate en behoudt uitgebreide recreatiegebieden (aandeel in het Gooireservaat, Spanderswoud, Hoogt van ‘t Kruis, Anna’s Hoeve, enz).’

Klik voor vergroting
Een wandeltocht door het Spanderswoud, datum onbekend
 

Recreatie

In het Spanderswoud wordt en werd op zeer verschillende manieren gerecreëerd. Zo zullen de bewoners van de Bachlaan het VARA-zomerfeest van 1931 niet snel zijn vergeten. Er kwamen zoveel tienduizenden mensen op af dat de gemeente besloot, na veel klachten van de bewoners van de Bachlaan, om bijeenkomsten in de openlucht tot 10.000 mensen te beperken. Het Spanderswoud was ook een geliefde plek voor andere verenigingen en clubs die hier bijeenkomsten hielden. De Nederlandsche Toeristen Kampeer Club hield er bijvoorbeeld graag kampeerweekenden Daarnaast werden er vaak zendingsfeesten gehouden door het Leger des Heils, zondagscholen, de Vrije Evangelische Gemeenten en de Nederlandse Geheelonthoudersbond. Het deel van het bos dat hiervoor gereserveerd was, had destijds de toepasselijke bijnaam Het Zendelingenbos. Ondanks de strenge regels voor het kamperen in het bos stonden er soms wel honderd tenten tegelijk. De Bachlaanbewoners ondervonden hiervan wederom veel overlast, en uiteindelijk kwam er een kampeerverbod voor het hele bos.

Hongerwinter

Sinds 1930 was er op de hoek van Spanderslaan en Bussumergrintweg een kiosk waar de recreanten terecht konden voor een drankje en versnaperingen. Inmiddels is dat uitgegroeid tot een restaurant. In de Tweede Wereldoorlog werd er in de koude winter van ‘44-’45, de Hongerwinter, veel gekapt door inwoners van het Gooi.

Natuurlijk bos

Sinds 1981 wordt het Spanderswoud beheerd als een natuurlijk bos. Door het omtrekken van bomen en het laten liggen van geveld hout, zijn meer diersoorten in staat om schuil- en broedgelegenheid te vinden en krijgen planten en jonge bomen groeikansen.

Eind 1991 heeft de Gemeente Hilversum het Spanderswoud overgedragen aan het Goois Natuurreservaat.

Het Spanderswoud is tot op de dag van vandaag nog steeds een prachtig bos, dat de naam woud waard is.

Klik voor vergroting
Jarenlang een geliefd speelobject voor kinderen in het Spanderswoud: de boom met luchtwortels, 1966. De boom werd in 1985 gekapt.
 

Dit artikel werd geschreven door de afdeling Communicatie en gepubliceerd op de website van de gemeente Hilversum op 16 mei 2012

Laatst gewijzigd: 19/06/12