Gladheidsbestrijding in Hilversum

Met de vorst en de sneeuw heeft de winter nu echt zijn intrede gedaan. De eerste sneeuwpoppen zijn gemaakt en de eerste schreden op de ijsbanen zijn weer gezet. Maar de winterse omstandigheden zorgen niet alleen voor pret, ze brengen ook het nodige ongemak met zich mee, zoals de gladheid op de wegen. Er zal dus weer geregeld gestrooid moeten worden. Vroeger had de gemeente een eigen zoutdepot. In deze rubriek enkele wetenswaardigheden over die periode.

Zand- en zoutbunker

Voordat de gemeenteraad op 29 oktober 1940 besloot om in de Oude Haven de zand- en zoutbunker te bouwen, werden de middelen om de gladheid te bestrijden opgeslagen op verschillende plekken. In een niet voldoende afscheiden plek in een gebouw van de gemeentereiniging lagen gemiddeld 40m3 zout en 150 m3 zand. Op de gemeentewerf lag ongeveer 7m3 zout en bij de post aan de Violenstraat ruim 3m3 zout. Bij dreigende gladheid werden op verscheidene plekken in de gemeente zandhopen aangelegd. De jaarlijkse behoefte in een normale winter was toen zo’n 80m3 zout en 800m3 zand. In de strenge winter van  1939/1940 werd echter 280m3 zout en 800m3 zand gestrooid.

Klik voor vergroting
Vrachtwagen met sneeuwschuiver en zand- of pekelstrooier, Mussenstraat, 1932
 

Steeds bijkopen

Het grote bezwaar van deze wijze van opslag was dat er niet in voldoende hoeveelheden op een zelfde plaats kon worden bewaard. Zand en zout konden op de beschikbare plekken maar beperkt gestapeld worden. Zelfs voor een normale winter was de opslag onvoldoende, zodat er steeds moest worden bijgekocht, meestal tegen hogere prijzen. Daarom achtten b. en w. het in 1940 noodzakelijk dat een geschikte bergplaats voor het zand en zout werd ingericht. Overigens werden er boven het verblijf van de opzichter in de Oude Haven nog drie kleinere bunkers gemaakt. Het argument was dat de opzichter dan een behoorlijke gronddekking zou hebben bij luchtalarm. Het was immers oorlog.

Als eerste

Dankzij het natuurlijke hoogteverschil op de kop van de Oude Haven konden de vrachtwagens beneden in de Oude Haven gemakkelijk en snel gevuld worden met zout. Als die vrachtwagens vervolgens via de steile toegangsweg richting Havenstraat moesten rijden, leverde dat nog wel eens problemen op. Daarom werd die toegangsweg altijd als eerste gestrooid.

Milieu

In de tweede helft van de jaren 70 nam het milieubewustzijn ook bij de gladheidbestrijders toe. Zo werd de eerste snelheidsafhankelijke strooier aangeschaft. De snelheid van het strooien was afgestemd op de snelheid van het voertuig. Als de auto bijvoorbeeld stilstond voor een verkeerslicht dan werd er niet gestrooid. Want zout was schadelijk voor het milieu. Zand raakte ook in onbruik omdat daardoor straatputten verstopt raakten waardoor de gesmolten sneeuw niet weg kon.

1400 ton zout

Onder meer door de uitbreiding van wegen, was er in Hilversum steeds meer strooizout nodig. In de strenge winter van 1978 werd er in Hilversum 1400 ton zout gestrooid. Daarom sloeg Hilversum in 1979 1000 ton zout in. Laren had toen nog niks ingeslagen, Blaricum 30 ton, Bussum 450 ton en ’s-Graveland 250 ton. In 1985 had Hilversum een voorraad zout van 900 ton. Het strooizout kostte toen bij Akzo 70 gulden per ton.

Mussenstraat

Toen de zand- en zoutbunker in de Oude Haven werd verkocht, werd het Hilversumse zout opgeslagen in een gemeentelijke loods aan de Mussenstraat. Sinds enkele jaren haalt Hilversum het strooizout uit de opslag van Rijkswaterstaat bij de A1 in Baarn.

Klik voor vergroting
Demonstratie met de hand pekel- en zandstrooier, Mussenstraat, 1932

 

Terug naar boven

Laatst gewijzigd: 10/12/12