De Hilversumse drafbaan

De meeste bewoners van het Gooi kunnen zich de drafbaan (die op het toenmalige sportpark gevestigd was) nog goed heugen. Het was zelfs een nationaal begrip en er werd wat afgegokt. Tegenwoordig bestaat het hele sportparkcomplex niet meer en is het een gebied met scholen en bedrijven: het Arenapark. Hoe is deze renbaan eigenlijk ontstaan?  

Klik voor vergroting
De drafbaan in 1969
 

De Hilversumse Harddraverij- en Renvereniging

Totdat het gemeentelijk Sportpark gebouwd werd was het erg rustig op het gebied van de paardensport. Mede doordat het gokken via een totalisator in 1911 landelijk verboden werd was de lol van deze ‘sport’ er wel zo´n beetje af.

Het Sportpark, dat in 1920 in gebruik werd genomen, werd aan verschillende sportverenigingen en scholen verhuurd. Rond 1924 wilden enkele Hilversumse paardenliefhebbers er paardenraces houden. Het gemeentebestuur liet zich adviseren door de directeur van het Sportpark. Die was heel positief en zag een goede kans om Hilversum eens nationaal op de kaart te zetten. Ook in financiële zin verwachtte hij er voordeel bij, hoewel er wel een speciaal een baan voor moest worden aangelegd. De gemeente had nog een schuld van ruim fl 175.000 vanwege de aanleg van het Sportpark en door met deze paardenliefhebbers in zee te gaan (die op hun beurt moesten zorgen voor meer klandizie) kon binnen niet al te lange tijd een gedeelte van de investering worden terugverdiend.

Op 28 oktober 1924 stelde de gemeente een overeenkomst op met de aanvragers. Onder meer werd besloten dat het stuk grond voor de races hen kosteloos ter beschikking zal worden gesteld, en dat zij 10 % van de geheven entree gelden en 20 % van de pacht van de buffetten van het restaurant aan het Sportpark moesten afdragen. Bijkomende voorwaarden waren het op eigen kosten onderhouden van de banen en gebouwen. Ook zou op de te bouwen tribune 12 plaatsen moeten reserveren voor het gemeentebestuur. Op enkele dagen per jaar zou de gemeente eigen activiteiten op de baan kunnen organiseren. De aanvragers moesten Koninklijke goedkeuring vragen voor het oprichten van een vereniging..

Op 11 maart 1925 werd zo de Hilversumse Harddraverij- en Renvereniging een feit. Statutair werd bepaald dat hun voornaamste doel zou zijn ‘het verbeteren van het paardenras en wel door het houden van harddraverijen en rennen, het houden van keuringen van enkele en spannen paarden, en het houden van concours hippiques’. De overeenkomst met de gemeente werd afgesloten voor de komende 10 jaar om daarna automatisch beëindigd te worden. Op 27 maart 1925 werd het gemeentebestuur uitgenodigd voor de bezichtiging van de renbaan.

Mede door de gunstige ligging (vlakbij het treinstation) kreeg de drafbaan veel bezoekers. Het kreeg zelfs internationale allure toen de gemeente met de Noord Hollandse Jachtvereniging in juli 1926 een groots internationaal Concours Hippique organiseerde. Er werden diverse wegparcoursen gereden in de omgeving van Bussum en Lage Vuursche, zogenaamde jachtpaarden werden gekeurd en natuurlijk waren er veel spingcourses, dressuren en uithoudingsproeven.

Eer en prijzen

Klik voor vergroting
De wisselbeker in 1954
 

In 1925 besloot het gemeentebestuur, op verzoek van de vereniging, een wisselbeker beschikbaar te stellen voor de winnaar van de races. Een plaatselijke juwelier kreeg de opdracht deze te fabriceren en het resultaat was een prachtige zilveren beker op een ebbenhouten voet met voorop het Hilversumse wapen en achterop een afbeelding van de paardensport. De beker werd door de heer Oppelaar uit Koudekerk aan de IJssel een aantal jaren achter elkaar gewonnen, waarop hij de hem mocht houden. In 1927 werd daarom een tweede zilveren bokaal vervaardigd. Deze werd naar ontwerp van architect Dudok in een moderner jasje gestoken.

Jarenlang werd om deze beker van Hilversum geracet en pas in 1955 werd de heer Bouwman de trotse definitieve eigenaar. In 1956 kwam er een nieuwe wisselprijs in de vorm van een zilveren wandbord.

Olympische Spelen

In 1928 werden de Olmpische Spelen in Amsterdam gehouden. Voor de ruiterwedstrijden was daar geen plaats en daarom ging het Nederlands Olympisch Comité naarstig op zoek naar een geschikte locatie. Deze werd al snel gevonden in de vorm van het gloednieuwe Sportpark en de nabij gelegen bossen. Nadat alles met het gemeentebestuur was besproken konden de Spelen beginnen. Op 9, 10 en 11 augustus werden er wedstrijden gehouden in het Sportpark, 10 augustus was er een buiten parcours uitgestippeld en op 13 augustus was er het slotfeest in Hotel Palace aan de Tromplaan.

Uiteraard was dit een prachtige promotie voor Hilversum en zodoende kreeg de directeur van het sportpark toch gelijk toen hij in 1924 voor de drafbaan pleitte. Ook de Koninklijke familie vereerde Hilversum met hun aanwezigheid. De eerste twee dagen woonde zij de wedstrijden bij, zowel binnen als op het parcours buiten en Prins Hendrik bracht ´s avonds nog een bezoek aan het slotfeest.

Aansluitend aan de Spelen werd er op 14 augustus wederom een internationaal concours hippique georganiseerd, waar ook dit keer de Koninklijke Familie aanwezig was. Hilversum kon zich gerust roemen op beide evenementen.

Beker van Hilversum beland in Duindigt

Zo goed als het in het begin ging met de vereniging zo stroef werden de onderlinge banden in de jaren daarna. De directeur van het Sportpark berichtte al in 1926 dat de dingen niet helemaal gingen zoals het moest op de renbaan. Er werden kippen gehouden die buiten de stallen liepen, soms renden er paarden los het veld over en men hield zich niet aan andere afspraken met de gemeente. Financieel gezien zat het de vereniging ook niet mee en men deed vaak een beroep op de gemeente om huur en pacht te verlagen.

Eigenlijk was het verrijden van de ‘Beker van Hilversum’ op een andere drafbaan in 1927 de druppel die de emmer deed overlopen. De race, een beetje Hilversums trots, mocht alleen in Hilversum worden verreden, maar de vereniging nam de beker mee naar de paardenraces in Duindigt. Het gemeentebestuur was not amused.

In 1930 bouwde de vereniging van oude planken een noodstal, enkele consumptiegebouwtjes en een tweede tribune. Zonder vergunning wel te verstaan. De directeur deelde het gemeentebestuur mee dat het ‘een onooglijk uitzicht’ was. Door al dit soort overlast was de gemeente waarschijnlijk blij dat de overeenkomst in 1934 afliep.

Klik voor vergroting
De drafbaan bij avond in 1972
 

Paardensportvereniging Hilversum

Even werd het rustig op drafbaan totdat een nieuwe club interesse kreeg. Deze paardenliefhebbers wilden het wel anders doen dan ‘die’ vorige. Na wat overleg met de gemeente was in 1938 de Paardensportvereniging Hilversum een feit.

In augustus 1938 werden na een grootscheepse opruiming en nieuwbouw van de tribunes al de eerste races gereden en er waren al 150 leden. Een groots opgezet concours hippique in 1939, in aanwezigheid van prins Bernhard en prinses Juliana kon vanwege de internationale toestand niet doorgaan. Tijdens de oorlog mochten nog steeds draverijen worden gehouden organiseren en vanaf 1941 kon er zelfs gewed worden via een totalisator. In 1944 vroeg de vereniging kwijtschelding van de huur vanwege de tegenvallende inkomsten van het concours hippique van juni dat jaar, dat in het water was gevallen. Als voornaamste oorzaken daarvan noemde de vereniging het feit dat treinen werden beschoten waardoor de bezoekers te angstig werden om te reizen, door de vordering van de rijwielen en (Nederland ten top) het weer gooide ook roet in het eten. De gemeente was echter van mening dat de vereniging het wel kon lijden, ‘Daar zij over een buitengewoon grote kas beschikt’.

Klik voor vergroting
Prins Bernhard met Canadese militairen op de tribune bij de drafbaan, 1945
 

Vlak na de oorlog werden door de Canadese troepen 3 races gehouden in juni. Er mocht nog steeds gewed worden. Op dit evenement kwamen duizenden bezoekers af. Het geld dat werd verdiend werd gedoneerd aan het Nederlandse Rode Kruis en aan het Hulpfonds voor Nederland. De bedragen waren enorm de eerste race bracht fl 10.000 en de tweede zelfs fl. 42.000 op.

Na de Totalisatorwet van 1948 was de weg vrij om aan de toto mee te doen en kwam er steeds meer publiek. Dit leidde tot een aantal verbeteringen en vernieuwingen. Zoals in het begin van de jaren vijftig toen er een sintelbaan werd aangelegd en een glasdichte tribune. Als enige baan in Nederland werd er zelfs verlichting aangebracht om ook in de avonduren races te laten houden en niet snel daarna volgden er ook speciale winter races. Mede door deze twee vernieuwingen werd de baan steeds populairder. Elke zondagmiddag waren er races en werd er natuurlijk veel gegokt.

Pas in de jaren na 1980 daalde  de belangstelling. Op 2 november 1997 werd de laatste koersdag gehouden en niet lang daarna werden de tribunes van de roemruchte Drafbaan afgebroken.

Laatst gewijzigd: 29/10/12