De eerste woningwetwoningen in Hilversum

Na invoering van de Woningwet in 1901 werden in Hilversum tientallen woningcomplexen gerealiseerd. Het doel van de Woningwet uit 1901 was om bewoning van slechte en ongezonde woningen te verhinderen en de bouw van goede woningen te bevorderen. In de 19e eeuw werd de zorg voor acceptabele huisvesting van de bevolking niet als een overheidstaak gezien. Nog in 1854 werd een initiatiefwetsvoorstel waarmee gemeentebesturen de bevoegdheid kregen om huiseigenaren te dwingen tot woningverbetering verworpen.

Klik voor vergroting
Woningen aan de Egelantierstraat, gebouwd door de Arbeidersbouwvereniging Hilversum
 

Ongezonde krotwoningen

Maar de Nederlandse bevolking groeide. De landarbeiders die in de landbouw minder nodig waren, kwamen naar de steden. Daar nam vanaf 1860 de werkgelegenheid toe door de industrialisatie en de handel met de koloniën. In Hilversum bloeide de textiel- en tapijtindustrie en net als in andere plaatsen met werkgelegenheid ontstond ook hier een tekort aan goedkope woningen. Steeds meer arbeiders zochten werk en de lonen waren laag.

Overal in het land gingen welgestelde burgers in charitatieve instellingen op bezoek bij de armen en zagen hoe deze in ongezonde krotwoningen het hoofd nauwelijks boven water konden houden, soms bijna crepeerden. Bij de overheid lobbyden zij voor veranderingen en uiteindelijk kwam de Woningwet tot stand.

Speculatie vierde hoogtij

Tientallen jaren eerder speelden ondernemers in op de behoefte aan goedkope woningen en stampten in grote Nederlandse steden hele woonwijken uit de grond. Het ging daarbij niet om de belangen van de bewoners. Particulieren zagen de woningen als belegging en speculatie vierde hoogtij. De woningen waren vaak klein, van slechte kwaliteit en ongezond. Door de Woningwet kon de overheid zich met de volkshuisvesting gaan bemoeien. In het zeer liberale klimaat van die tijd was dat revolutionair. Ook in 1901 werd de Gezondheidswet ingevoerd, gericht op verbeteringen van de volksgezondheid en volkshuisvesting. De krotwoningen waren een bedreiging voor de volksgezondheid.

Belangrijke maatregelen

Via de wet werden gemeenten verplicht om bouw- en woningverordening voorschriften op te stellen waaraan nieuwe bouwwerken - met name woningen - moesten voldoen. Ook moesten ze voortaan uitbreidings- en bestemmingsplannen maken en die om de tien jaar herzien. Het gemeentebestuur kreeg de bevoegdheid om een woning onbewoonbaar te verklaren. Woningeigenaren werden verplicht verbeteringen aan de woning uit te voeren en als zij dat verzaakten en de woning verwaarloosden hing hen onteigening boven het hoofd. Zonder bouwvergunning van de gemeente mocht niets nieuws meer worden gebouwd, noch iets bestaands veranderd.

Toezicht op gemeentebesturen

In 1901 werd in de Woningwet eveneens geregeld dat het Rijk aan gemeenten en woningbouwverenigingen voorschotten kon verschaffen om zonder winstoogmerk ‘sociale’ huurwoningen te bouwen. Hiermee werden ook in Hilversum tientallen woningcomplexen gerealiseerd. Voor een groot deel bepalen ze nog steeds het uiterlijk van de wijken rondom het oude centrum.

Het toezicht op naleving van de Woningwet door de lokale overheden werd opgedragen aan het staatstoezicht op de volksgezondheid en gedelegeerd aan gemeentelijke en regionale gezondheidscommissies. Deze hadden ruime bevoegdheden en een sterke positie tegenover de gemeentebesturen.

Honderd procent subsidie

Op 4 mei 1910 is de Arbeidersbouwvereniging Hilversum opgericht. Er was grote behoefte aan goede arbeiderswoningen en om in het gebrek daaraan enigszins te voorzien, ontwierp de vereniging een plan tot bouw van 50 arbeiderswoningen. Daarvoor kocht ze een terrein aan de Neuweg. Dit eerste wooncomplex, gelegen aan de Ericastraat, Egelantierstraat, Cameliastraat en Neuweg, is gebouwd met subsidie op grond van de Woningwet. De Arbeidersbouwvereniging was de zevende vereniging in Nederland die in 1911 van het Rijk en de gemeente honderd procent subsidie kreeg. Voorheen moest een vereniging beschikken over eigen kapitaal van tien procent of meer, alvorens van de gemeente een voorschot te krijgen om te bouwen.

Kleurig en zorgvuldig gedetailleerd

In 1912 zijn aan de Ericastraat de eerste acht huizen opgeleverd. Ze zijn kleurig, zorgvuldig gedetailleerd en ruim opgezet met voor- en achtertuinen en brede paden ertussen. Het straatprofiel en de oorspronkelijke indeling zijn volledig bewaard gebleven.

Architect E. Verschuijl was vanaf de oprichting van de Arbeidersbouwvereniging Hilversum tot 1931 de vaste architect. Hij werd opgevolgd door J. van Laren.

Klik voor vergroting
Woningen aan de Ericastraat, 1927 ca.
 

Meer bouwverenigingen

Het voorbeeld van de Arbeidersbouwvereniging Hilversum vond spoedig navolging van onder andere de ‘Arbeidersbouwvereniging Ons Ideaal, Woningbouwvereniging van Erfgooiers’, ‘Woningstichting Patrimonium’ en ‘Bouwvereniging St. Joseph’.

Bouwvereniging St. Joseph, opgericht in 1912, bouwde in 1915 het eerste complex aan de Van Leeuwenhoekstraat naar het ontwerp van H. Nieuwenhuijsen. Woningstichting Patrimonium werd in 1914 opgericht en realiseerde in 1917 het eerste complex aan de Bosdrift/Diependaalselaan/Geraniumstraat/Neuweg/Zonnebloemstraat naar het ontwerp van P. Vorkink en P. Wormser. De Woningbouwvereniging van Erfgooiers werd opgericht in 1914. J.H. Slot ontwierp voor de vereniging de eerste huizen in de omgeving van de Erfgooiersstraat.

Muntgasmeters

Tegen een redelijke prijs was in woningen gas beschikbaar voor verlichting en koken. Behalve eten werd op het gasfornuis wasgoed in grote ketels gekookt. Aanvankelijk was gas te duur voor de arbeiderswoningen, maar toen de Gemeentelijke Gasfabriek aan de Kleine Drift de prijzen verlaagde werd gas ook hier bereikbaar. In 1897 had de gasfabriek de muntgasmeter geïntroduceerd. Deze leverde pas een bepaalde hoeveelheid gas als er een muntje ingegooid werd. Eerst was dat een twee-en-een-halve-centstuk, later waren er bij iedere kruidenier op de hoek speciale gasmunten te koop. Door de meter werden de mensen niet achteraf met hoge rekeningen geconfronteerd. Het succes van de muntgasmeter was zo groot dat er wachtlijsten voor plaatsing ontstonden. Tot in de loop van de jaren zestig zijn ze in gebruik gebleven.

Hilversum sociaal

Ruim 40 procent van de woningen in Nederland bestaat uit socialehuurwoningen. Ondanks de crisis in de bouw werd en wordt in Hilversum gewoon doorgebouwd. Dat is te danken aan de Tijdelijke Stimuleringsregeling woningbouw waarmee het Rijk de in het slop geraakte woningbouw en daarmee gepaard gaande oplopende werkeloosheid in de bouw wilde bestrijden. De gemeente Hilversum deed een beroep op die regeling met subsidieaanvragen voor acht projecten. Ze werden voor honderd procent gehonoreerd. De afgelopen zes jaren zijn al 1438 nieuwe woningen opgeleverd, de komende jaren staan zo’n 1500 woningen op de planning, koop- en huurwoningen. 37 procent daarvan is sociale huur of sociale koop, waarmee Hilversum ruimhartig voldoet aan de wettelijk eis van 30 procent.

 

Dit artikel werd geschreven door de afdeling Communicatie en gepubliceerd op de website van de gemeente Hilversum op 11 september 2012

Terug naar boven

Laatst gewijzigd: 25/09/12