De eerste burgervader van Hilversum

Voor het eerst deze eeuw is Hilversum van burgemeester gewisseld. Maar liefst dertien jaar was Ernst Bakker de eerste burger van deze gemeente. Daarmee is hij de op één na langst zittende burgemeester van Hilversum sinds 1900. Burgemeester Boot, 1956Alleen Joost Boot bezat deze functie langer, tussen 1951 en 1968. De eerste officiële burgemeester in Hilversum was Barend Andriessen, halverwege de negentiende eeuw, maar daarvoor waren er ook al mensen hier in een soortgelijke functie.

Al in de vijftiende eeuw hadden enkele steden in Nederland een burgemeester, bijvoorbeeld Amsterdam. In Venlo (toen van Hertogdom Gelre) waren de burgemeesters de beheerders van de kas. In Hilversum was men er later bij, pas eind van de achttiende eeuw kwamen er mensen op een functie die we nu kunnen vergelijken met die van burgemeester.

In het archief van Streekarchief Gooi en Vechtstreek vinden we stukken uit 1798 en 1803. In de laatste staat een ´request´ van Wessel van Dam. Hij verzoekt te worden hersteld in de ‘posten van civiel schout, vendumeester, bode en schutter te Hilversum van welken hij in den jaare 1795 was ontzet’. De schout is een lokaal ambtenaar geweest, belast met bestuurlijke en gerechtelijke taken en het handhaven van de openbare orde. Een soort voorloper van de burgemeester dus. Andere schouten waren in die tijd J.C. Reuk, Joannes Cramerm, Nicasius van Veerssen en Jan Jacobs Das.

Maire

In 1811 wordt er gesproken over het aanstellen van een ‘Maire’. In het archief zit een brief, die afkomstig is van ‘De Requestmeester, Graaf des Rijks, Lid van het legioen van eer, Prefect van het Departement der Zuider Zee’. De brief is gericht aan ‘Den President van het Gemeente – Bestuur, provisioneel waarnemende de functie van Maire in de Gemeente van Hilversum’. Hierin vraagt de Prefect op 23 maart 1811 om een opgave te doen voor een ‘nominative lijst’ voor twee personen voor de post van Maire, vier personen voor de post van adjunct Maire en twintig personen voor de posten van Municipale Raden. De personen moesten wel aan enkele eisen voldoen: ‘die genen die in uwe plaats woonachtig zijn, van een zeker gegoedheid jouisseren (genieten), en die vereischt kennis hebben voor het belang hunner ingezetenen te zorgen’. Op 17 juli 1811 krijgt Hilversum dan een Maire: N. van Veersen. De Prefect stuurt daarna nog een brief, met de kledingvoorschriften voor onze nieuwe Maire. ‘Een donker blaauwen rok en een rooden sjerp met tricolore franjes’. Ook moet Van Veersen een ‘driekanten hoed’ dragen. in de brief wordt vriendelijk gevraagd deze kledingstukken aan te schaffen en melding van dezelfde bestelling te doen bij de afzender. Dit is een ‘Costuum voor Maire die niet door de Keizer is benoemd’.

De eerste burgemeester van Hilversum wordt Barend Andriessen. Hij wordt voorgedragen door de Raad te Haarlem. Dit voordragen gebeurt in 1831. In 1850 mag er door de Raad van Hilversum twee personen worden aangewezen bij de staatsraad, Gouverneur van Noord-Holland, voor de betrekking van burgemeester. Daaraan geeft de Raad gehoor en vermeldt meteen dat de jaarwedde voor de burgemeester van 600 gulden wat hun betreft verminderd mag worden tot 400 gulden. De raadsleden hebben daar een goede reden voor. Volgens hen moet de burgervader minder gaan verdienen omdat door de aanstelling van een commissaris van politie de taken van de burgemeester aanzienlijk verminderd zijn.

Lelijke ambtsketting

Al meteen is er ook sprake van een ‘onderscheidings teeken voor den Burgemeester’. De graveurs van des rijks Munt te Utrecht zeggen deze te kunnen leveren. Zij willen iedere zilveren penning afleveren tegen betaling van tien gulden, aan de ene zijde gestempeld met het rijkswapen en met het ingesneden wapen der gemeente aan de keerzijde, en tegen betaling van zes gulden indien de gemeente geen wapen heeft.

Op 11 december 1852 bericht de gemeente Hilversum terug dat zij gaarne gebruik maakt van het aanbod en zendt hem daarbij een ‘afteekening van het wapen dezer gemeente zooals hetzelve door den Hoogen Raad  (de Hoge Raad van Adel, red.) is bevestigd als mede een afdruk van het zegel der gemeente bestemd ter stempeling van stukken’. En de moderne ambtsketting dan? In een brief van 21 februari 1967 wordt door het hoofd afdeling culturele zaken (G.N. Zijlstra) geschreven dat hij vernomen heeft dat het College de levende gedachte had om een nieuwe ambtsketen te doen vervaardigen en het huidige exemplaar aan de burgemeester bij diens afscheid aan te bieden. De heer Zijlstra was blij verrast aangezien deze in de brief de huidige ambtsketen benoemt als ‘hoewel niet uitgesproken lelijk, toch wel bijster pover mag heten voor een gemeente als Hilversum is’. Uiteindelijk krijgt Hilversum voor 3450 gulden een nieuwe ambtsketting. Een ketting die woensdag 6 juli weer van eigenaar is veranderd.

Afscheid burgemeester Koster, 1921

Dit artikel werd geschreven door de afdeling Communicatie en gepubliceerd op de website van de gemeente Hilversum op 7 juli 2011

Laatst gewijzigd: 11/10/11