Bouwen in de Bloemendaler Polder

Binnen een jaar of twintig zal de Bloemendaler polder een heel nieuw aanzicht hebben. Hoe zal de polder er dan uitzien ? De Weespers van nu zijn niet de eersten die zich daarvan een voorstelling proberen te maken. Over het bouwen in de polder wordt al bijna honderd jaar gesproken waarbij de argumenten vóór en tegen bebouwing werden afgewogen.

Ideeën en een bestemmingsplan voor de polder

Het oudst bekende plan tot bebouwing van de Bloemendaler polder komt van de gemeente Muiden. In augustus 1920 bedenken zij dat op Muider grondgebied ter hoogte van de Papelaan een woonwijk kan worden gebouwd bestaande uit 800 arbeiderswoningen. Dit leidt echter tot niets. Het zet wel de gemeente Weesp aan het denken. Halverwege de jaren twintig geven zij daarom opdracht aan het bekende Rotterdamse architectenbureau Granpré Molière, Verhagen en Kok om voor het Weesper deel van de polder een bouwplan te ontwikkelen. Weesp moet wel want een andere plaats voor nieuwbouw is er niet. Het kleine Weesp met zijn ca. 7000 inwoners wordt nog aan de westkant begrensd door de fabrieksterreinen van Van Houten, aan de zuidkant  door de Utrechtseweg en aan de oostkant door de Ossenmarkt. Aan al deze kanten mag of kan niet gebouwd worden. Bij de Utrechtseweg en bij Fort Ossenmarkt wil Defensie geen ruimte geven omdat er vanuit verdedigingsoogpunt vrije ruimte moet blijven. Aan de westkant is Van Houten eigenaar van al het omringende gebied en weigert het bedrijf de verkoop ervan om de handen vrij te houden bij de uitbreiding van het fabrieksterrein. Wat overblijft is het noorden van Weesp, het gebied bij de Bloemendaler polder. Voorbij het station zijn hier op dat moment nog alleen weilanden, de tegenwoordige Leeuwenveldseweg bestaat nog niet.

Kaart van Weesp, waaronder de Bloemendalerpolder

 

Het architectenbureau bedenkt een voortvarend plan. De helft van de polder, grenzend aan de spoorbaan en de Korte Muiderweg, zal worden bebouwd, de andere helft, aan de Muiderkant, blijft voorlopig weiland - hoewel ook daar alvast wat wegen zijn ingetekend. De straten langs de spoorbaan zullen hiervan worden gescheiden door middel van plantsoenen en vijvers. Om de bewoners van de nieuwe wijk bij  de stad te betrekken komt er een nieuwe spoorwegovergang ter hoogte van de tegenwoordige Lobbrich Boudgerslaan. Vandaar gaat dan een nieuwe weg richting Kerklaan. Niet dat de nieuwe bewoners dagelijks naar het centrum hoeven, want er zijn ook een groot aantal winkels in de nieuwbouw opgenomen. Dit plan wordt door de Weesper gemeenteraad goedgekeurd en in 1928 wordt dit het eerste  bestemmingsplan voor de Bloemendaler polder. Een bewaarde tekening van het plan ziet u hierbij.

Niet, wel, niet, wel ....

Wanneer het om de werkelijke aanleg van het plan gaat wordt het moeilijker. De bodem in de Bloemendaler polder is slechte bouwgrond – erg drassig, en de juiste aanpak voor het bebouwen van dergelijke grond is nog niet bedacht. Daarbij komt dat de weg die door de bewoners veel gebruikt zal moeten worden, de Korte Muiderweg, erg smal is en in heel slechte conditie verkeert. De weg zal moeten worden verbeterd door de provincie en daarop moet eerst worden gewacht.

In de jaren hierna veranderen de omstandigheden in Weesp. Van Houten is bereid grond te verkopen waardoor ten eerste de tegenwoordige Gooilandseweg en de Van Houtenlaan kunnen worden aangelegd (1934-1936), en ten tweede een hele serie nieuwe huizen kunnen worden gebouwd langs de Van Houtenlaan. Van Houten verkoopt ook zijn terrein aan het Buitenveer waardoor er eind jaren `30 plannen kunnen worden gemaakt voor de nieuw te maken straten Prins Bernhardlaan en Prinses Beatrixlaan. Wat nu te doen met het oude bestemmingsplan voor de Bloemendaler polder ? Het aantal inwoners groeit niet veel, hoeveel huizen zijn er eigenlijk nog nodig in de polder ? Omdat na tien jaar het bestemmingsplan voor de polder uit 1928 moet worden vernieuwd, bedenkt men een nieuw plan waarin veel minder gebouwd zal gaan worden. Vanuit de provincie komt goed nieuws want eindelijk zal de Korte Muiderweg worden verbreed en verbeterd.

Het nieuwe plan uit 1939 laat zien dat er wordt gekozen voor bebouwing van een brede strook langs de nieuwe Korte Muiderweg. Hier zullen ongeveer 500 huizen komen. Langs de weg staan al wat huizen, die in het nieuwe plan zullen worden opgenomen. Men vindt dat deze huizen op dat ogenblik maar slordig her en der langs de weg staan. Nieuw is het idee om buitenplaatsen te maken aan de Vechtkant van de weg, in aansluiting op de begraafplaats Landscroon. Langs de Vecht kunnen botenhuizen komen waar bewoners van de nieuwbouwwijk gebruik van kunnen maken. Voor het eerst worden ook garages opgenomen in het plan , hierin kunnen de nieuwe bewoners hun auto´s stallen.

Dit tweede bestemmingsplan wordt goedgekeurd in februari 1940, een ongelukkige datum want een paar maanden later heeft iedereen wel iets anders aan zijn hoofd: het is oorlog. Hierdoor wordt alles op de lange baan geschoven: de bebouwing bij de Bernhardlaan en de Beatrixlaan, de verbetering van de Korte Muiderweg en de bouw in de polder.  

Na 1945 lijken de plannen tot woningbouw in de polder definitief voorbij. De Bloemendaler polder wordt in de landelijke Ruimtelijke Ordeningsplannen opgenomen in het zogenaamde Groene Hart, en dat betekent geen woningbouw. Bouwen in de polder wordt bouwen in de Aetsveldse polder. Maar het kan verkeren: nog voor de eeuwwisseling wordt een eerste begin gemaakt met enkele straten in de Bloemendalerpolder. Hierna verdwijnt de polder uit het Groene Hart en ligt de mogelijkheid voor een heel nieuw plan open.

Amsterdam

Minder bekend is dat ook de gemeente Amsterdam verschillende keren een begerig oog op de polder heeft geworpen. In 1930 willen gemeenteraadsleden dat Amsterdam de hele polder annexeert om hier een nieuw Amsterdams tuindorp te maken. De polder, vinden zij, ligt gunstig bij het spoor en richting ´t Gooi en in een mooie omgeving. Ook later bleef het opletten op Amsterdamse groeivisies, nog in 1981 waren er plannen voor een Amsterdamse woonwijk met 450 nieuwe huizen.

Laatst gewijzigd: 07/03/11