Bioscopen in Hilversum

Wie in de jaren vijftig van de twintigste eeuw een bioscoop in Hilversum wilde bezoeken had volop keuze. Hilversum telde in die jaren maar liefst zes bioscopen! Na de komst van de televisie, de videorecorder en de concurrentie die kleine filmhuizen leverden met de grote bioscoopketens nam het aantal bioscopen in Nederland maar ook in Hilversum af. Tegenwoordig zijn er nog drie bioscopen in Hilversum: City en Euro en het Filmtheater Hilversum.

Klik voor vergroting
Bioscoop New York, naast Dagblad de Gooi en Eemlander, op de Groest, 1935
 

De eerste filmvoorstelling in Hilversum was al in 1898. Dit was een zogenaamde reizende bioscoop, die films vertoonde op de kermis en in concertgebouwen. Al snel werd een film bekijken een populaire vrije tijdsbesteding en kwamen er bioscopen. In 1913 opende de New York Bioscoop aan de Groest, als eerste locatie in Hilversum waar alleen films werden getoond. In 1919 volgde de Florabioscoop, in 1927 vestigde bioscoop Casino zich aan de Naarderstraat en in 1930 opende Het Centraal Theater.

Klik voor vergroting
Bioscoop Casino aan de Naarderstraat, 1968
 

Naast bioscoopjournaals verzorgd door het Polygoon werden er ook natuurlijk ook films getoond.* 

De films vielen niet bij iedereen in de smaak, volgens menigeen waren veel films in strijd met de goede zeden. Het duurde dan ook niet lang voordat er regels en voorschriften kwamen. Burgemeester en wethouders moesten een vergunning verlenen voor het geven van een bioscoopvoorstelling. Zonder vergunning een film vertonen was strafbaar. De politie hield toezicht tijdens de voorstelling en rapporteerde over het verloop van de vertoning aan de burgemeester. Bijvoorbeeld in 1914:

In de zaal steeds vele jeugdige personen, zelfs kinderen, en groot gejuich steeg op zoo wijselijk een moordenaar of dief aan de handen der politie wist te ontkomen. Kinderen werden zo bloot gesteld aan allerlei slechte invloeden, vond men. De Bond ter Behartiging van de Belangen van het Kind wilde de toegang van kinderen beperken:

De jeugd moet met kracht worden beschermd tegen de vertoning van films die berekend zijn op spannend genot en zinnenprikkeling voor volwassenen, omdat hieraan ernstige lichamelijke en geestelijke gevaren zijn verbonden. De Bond pleitte dan ook voor het invoeren van een leeftijdsgebonden keuring.

Er was al Rijkskeuring, maar men was bang dat de rijkskeuring te slap zou toetsen, althans niet naar de algemeene bevreediging vooral waar de mentalteit van de bevolking in verschillende streken het land. Dus werd er in 1914 een gemeentelijke bioscoopcommissie ingesteld om de films te keuren Bij oprichting bestond deze commissie uit hoofden van scholen, commissaris van de politie en wat gemeenteraadsleden. Een van de eerste taken van de commissie werd een leeftijdskeuring en de commissie stelde een verordening vast voor het toelaten van kinderen tot de ┬┤lichtbeeldvertoningen’. De leeftijdsgrens voor door iedereen te bezoeken werd bepaald op 16 jaar. De films werden gekeurd en de exploitanten moesten goed zichtbaar aangeven voor welke leeftijd de films geschikt waren en bij de verkoop van de kaartjes hier rekening mee houden,

Toezicht werd hierop gehouden door controleurs van de bioscoopcommissie, zij woonden verschillende voorstellingen bij en verzochten (jeugdige) bezoekers hun plaatsbewijzen te laten zien. De exploitanten waren hier natuurlijk niet blij mee. In geen enkele andere plaats in Nederland vond er volgens hen controle plaats in de zaal, tijdens de voorstelling en tussen de rijen in! Dit werd door het publiek natuurlijk als zeer storend ervaren.

Klik voor vergroting
Bioscoop Rex op de Groest, 1956
 

Enkele punten waarop films konden worden afgekeurd, waren: het tonen van moord en zelfmoord,

intimiteiten van het groote menschenleven, misleiding van de politie, misdrijf zonder straf en bijvoorbeeld kwajongensstreken die beloond werden. Ook films met voor bevriende naties krenkende beelden werden afgekeurd. En in tijden van internationale spanning (bijvoorbeeld september 1939) was het niet de bedoeling dat er prikkelende beelden werden vertoond. De commissie kon dan bijvoorbeeld ook stukken uit de film laten snijden, echte censuur dus

Er werd heel wat afgekeken door de commissie. In 1918 totaal werden 850 films gekeurd. 710 films werden goedgekeurd, 105 films werden afgekeurd en 35 films werden ontdaan van ongewenste beelden.

De gemeente had niet alleen de lasten van dit nieuwe vertier. Er werd besloten tot de heffing van een vermakelijkheidsbelasting. Dit was 20% over de toegangsprijs en in 1921 werd dit nog eens verhoogd tot 40%. Dit betekende een strop voor de bioscopen en theaters van Hilversum, alle bioscopen en theaters van Hilversum moesten als direct gevolg van deze maatregel de deuren sluiten. Drie maanden na de invoering van deze verhoging werd deze tot opluchting van de exploitanten dan ook weer teruggedraaid.

In 1926 werd de Bioscoopwet aangenomen. Vandaar dat het college twee jaar later besloot de de plaatselijke bioscoopcommissie op te heffen. Een Commissie van Toezicht bleef er wel zodat er toch gecontroleerd kon worden of de toelatingsleeftijd goed gehanteerd werd. Deze commissie bleef bestaan tot 1974.

De verslagen van de plaatselijke bioscoopcommissie en de commissie van toezicht op bioscopen worden bij het Streekarchief Gooi en Vechtstreek bewaard.

Klik voor vergroting
Bioscoop City aan de Herenstraat, 1970

Laatst gewijzigd: 27/03/13