‘t Is mooi in ’t Gooi

Als eind maart de Keukenhof bij Lisse de poorten van haar bloementuin weer opent, maakt ook de rest van Nederland zich weer op om zoveel mogelijk binnen- en buitenlandse toeristen en recreanten voor de eigen stad of streek te winnen. Ook Hilversum als de stad van het Instituut voor Beeld en Geluid, van Dudok en Duiker en stad in het groen heeft veel te bieden, net als de hele regio het Gooi.

De potentie van de toeristische attracties van het Gooi werd poëtisch opgetekend door een journalist, met de initialen A. v. O., van De Tijd op 3 mei 1938: ‘Tot de bevoorrechte streken van ons lieve vaderland behoort ongetwijfeld het Gooi, de verzamelplaats van natuurschoon, van bosch en heide, van watersport, van villa- en tuinarchitectuur, van bouwhistorie en schilderkunst’. Samen met een veertigtal binnen- en buitenlandse journalisten had hij als gast van de Stichting ‘Het Gooische Hotelplan’ een bezoek gebracht aan het Gooi.

Brochure ´t Is mooi in ´t Gooi, 1938
 

De journalisten waren een dag eerder op 2 mei 1938 rond half elf s’ochtends op het station van Hilversum gearriveerd en ontvangen door het Gooische Hotelplan-comité. Met twee versierde touringcars vertrokken zij naar het Raadhuis, waar burgemeester Lambooy hen in de burgerzaal verwelkomde en mr. M. De Kort, voorzitter van het comité, een kort dankwoord uitsprak. Hierna werd het Raadhuis bezichtigd en een kopje koffie gedronken. Na een rondrit door de gemeente, onder leiding van de directeur van Publieke Werken, nuttigde men in het Palace-hotel een koffietafel tijdens een optreden van de Larense dansgroep ’De Klepperman van Elven’, die oude Gooise boerendansen uitvoerde. Hierna ging de reis naar Loosdrecht waar de burgemeester het gezelschap in hotel Plashuis de burgemeester verwelkomde. Na de thee was er een boottocht op de plassen. Vervolgens ging met naar Baarn, langs paleis Soestdijk, en bracht een bezoek aan het Cantonpark. In Laren bezocht men in hotel Hamdorff een schilderijenexpositie. Rond vijf uur arriveerden de journalisten in Naarden, in het raadhuis waar burgemeester Bodens-Hosang hen officieel begroette. Na de bezichtiging van het raadhuis, het Comenius Mausoleum en de Grote Kerk zette de rondtocht zich voort naar het Bosch van Bredius. Ter afsluiting van de dag was er in Hilversum een diner in Grand Hotel Gooiland in aanwezigheid van Gooise autoriteiten, Het onthalen van de journalisten wierp zijn vruchten af want daarna besteede de pers ruimschoots aandacht aan het Gooische Toeristenplan.

Dat Gooische Toeristenplan was een initiatief van eerder genoemde De Kort, lid van de gemeenteraad en voorzitter van de R.K. Centrale in Bussum. Hij maakte zich grote zorgen over de terugloop van het aantal toeristen in het Gooi. Hij weet dit aan een gebrek aan ‘doelmatige propaganda’ en ‘aan de afwezigheid van interlocale samenwerking in het Gooische gewest’. De Stichting ‘Het Gooische Hotelplan’ werd in maart 1938 opgericht. Het bestuur bestond uit voorzitters van de VVV´s en andere toeristische ondernemingen.

De stichting wist in korte tijd kapitaal bijeen te brengen en besteedde een deel hiervan aan de uitgave van een brochure met een oplage van 50.000 stuks, met de pakkende titel ‘t Is mooi in ’t Gooi’. Het ontwerp was van de J.A.W. Von Stein te Naarden de foto’s werden gemaakt door de persfotograaf J. Doeser uit Laren. De folder was te verkrijgen aan alle de loketten van de Nederlandse Spoorwegen. De toerist had, zo blijkt uit de brochuere, de mogelijkheid had om een kortingskaart aan te schaffen, waarmee je recht had op een verblijf met volledig pension gedurende een week, gratis en onbeperkt vervoer op de spoorlijn Baarn-Hilversum en op alle interlokale Gooise tram- en buslijnen, een rondvaart op het IJselmeer, een rondvaart op de Loosdrechtse plassen, een rondrit per touringcar door het Gooi en andere excursies zoals een rondleiding door Hilversum en Naarden. Ook kreeg je korting bij een bezoek aan musea en zwembaden in het Gooi. Het merendeel van de Gooise hotels, pensions, cafés en restaurants nam deel aan het Gooische Toeristenplan. Er werden in 1938 in totaal vierennegentig carnets verkocht. Of het het Gooische Toeristenplan in de jaren die erop volgden een groot succes had kunnen worden blijft een vraag, de Tweede Wereldoorlog bracht alles tot stilstand.

Dat de visie op de toeristische potentie van het Gooi niet veel veranderd is blijkt uit de uitwerkingsnota Toerisme & Recreatie 2008-2020 van de gemeente Hilversum met de titel ‘Binnenpret en Buitenkansen’.

Ook in de deze nota wordt gepleit de ‘toeristische waarde’ van Hilversum en de regio van de Gooi en de Vechtstreek te ‘verzilveren’. Om met een citaat van de journalist van De Tijd te eindigen moet dit niet moeilijk zijn:‘Inderdaad is het Gooische land een natuurschoone streek van reputatie. Het is gezegend met de beste voortbrengselen der cultuur’.

Laatst gewijzigd: 27/03/13