Ik en Wij

Het thema van de Maand van de Geschiedenis is dit jaar Ik en Wij, over de verschillende aspecten van nationale, regionale en lokale identiteit. Nederlanders voelen zich verbonden met hun land, streek, stad of dorp en met hun familie, sportclub, kerk, bedrijf of levensgemeenschap. Maar wanneer ben je ik en wie zijn wij? Wat is vreemd, wat eigen? Het Streekarchief Gooi en Vechtstreek laat zijn licht schijnen op deze kwesties via bijzondere bronnen. Bronnen die laten zien hoe geloofsovertuigingen, woonplaatsen, vrouwenverenigingen, beroepen en arbeidsimmigratie van invloed zijn op Ik en wij in de Gooi en de Vechtstreek.

Bekijk de expositie door te klikken op onderstaande onderwerpen. Door te klikken op elke afbeelding kunt u de bron in detail bekijken.

 

Arbeidsmigratie

Beroepen

Religie

Vrouwenverenigingen

Wonen

klik voor vergroting
Wat brengt mensen zo samen en maakt zo partijdig als voetbal?

 


Arbeidsmigratie

Sinds mensenheugenis en al ver daarvoor kwam men naar Nederland, op zoek naar werk of geluk. Na de Tweede Wereldoorlog nam die stroom mensen uit alle werelddelen enorm in omvang toe. De ontvangst was soms hartelijk en soms hatelijk. In eerste instantie gold het economisch perspectief: wie bijdroeg, was welkom. Maar het duurde lang voordat de nieuwkomers Nederlanders werden. Bovendien waren Nederlanders onderling ook vaak vreemd voor elkaar. Denk bijvoorbeeld aan de Achterhoeker die zich in Amsterdam vestigt. Hoe dat in het Gooi en de Vechtstreek ging, tonen we aan de hand van onderstaande documenten over de integratie van arbeidsmigranten in deze streek.

klik voor vergroting klik voor vergroting
In de 17e en 18e eeuw moesten personen die zich van elders vestigden, een bewijs overleggen dat eventuele steun ten laste zou komen van de plaats van herkomst. Zo'n bewijs heet een akte van vrijwaring of indemniteit. Uit dit register van de akten van indemniteit uit Oud-Loosdrecht blijkt uit de registratie van 9 januari 1801 dat de meeste van deze personen tussen de 20 en 30 jaar oud en ongehuwd waren. Zij werkten als arbeider, boerenknecht of schippersknecht. Het bestuur van de gemeente Hilversum verklaart in dit stuk uit 1751 dat men het gezin van Jacob van Wielik met vier kinderen zonodig zal ondersteunen. Deze akte van indemniteit komt uit het archief van Kortenhoef waaruit blijkt dat het gezin naar die plaats is verhuisd. De arbeidsmobiliteit werd door het bezit van zo´n akte groter.
   
klik voor vergroting klik voor vergroting
De afdeling Reiniging van de gemeente Hilversum organiseerde ter gelegenheid van het einde van de ramadan in 1966 een verrassingsmaaltijd voor de Marokkaanse arbeiders. In het jaar daarna werden levensmiddelenpakketten uitgereikt. Uit de brief uit september 1969 van college van B&W van Laren blijkt dat zij een subsidie van 500 gulden gaf aan de Stichting voor bijstand aan de buitenlandse werknemers. Eind 1968 woonden 1627 gastarbeiders in het werkgebied van deze stichting, waarvan 31 in Laren.
   
klik voor vergroting klik voor vergroting
In 1980 nam de Woningcorporatie ´t Gooi en Omstreken het initiatief om in de Hilversumse Meent een complex van 40 appartementen voor buitenlandse werknemers te bouwen. Er werden tegen dit bouwplan 750 bezwaarschriften ingediend. Het plan werd aangepast waardoor de appartementen ook beschikbaar kwamen voor andere woningzoekenden. Uit het massale verzet blijkt dat de acceptatie van deze 'gastarbeiders' nog niet groot was. De buitenlandse werknemers raken in de jaren tachtig steeds verder geïntigreerd in de Nederlandse samenleving. Dat ging niet zomaar. 25 mei 1981 hield een groep van hen een demonstratie voor gelijke berechtiging. Hier staan zij voor het raadhuis van Hilversum.
   
Terug naar boven  

Beroepen

In de negentiende stond de predikant op gelijke voet met de notaris, de arts en zelfs met de burgemeester. Het waren mannen met hoeden. Wevers, schoenlappers, putjesscheppers, voddenboeren en ijsdragers waren mannen met petten. Maar de sociale context waarbinnen een beroep wordt uitgeoefend is sterk veranderd. Vroeger bepaalden de klasse, geloofsovertuiging en je afkomst voor een groot deel welk beroep je ging uitoefenen. Nu is het veel meer het individu dat een beroep kiest, onafhankelijk van achtergrond of klasse.

klik voor vergrotiing klik voor vergroting
De polders in de Vechtstreek waren door de vervening en turfgraverij een bron van inkomsten èn werkgelegenheid. Voordat de zij de turfgravers aan het werk konden zetten vroegen Jacob Han en Jan van Blarcum toestemming aan de schout van Weesperkarspel om een perceel in de Hollands-Ankeveense polder te vervenen. In 1755 kreeg S.M. Levi vergunning het beroep van slachter uit te oefenen in Loosdrecht. Het lot van zijn voorganger staat ook vermeld in deze akte van admissie: Abraham Cohen was met ruzie vertrokken.
   
klik voor vergroting klik voor vergroting
De patentbelasting werd in 1805 ingevoerd, als ´regt van patent op allen handel, neringen, beroepen en bedrijven en eenige andere objecten van vermaak of weerde´ en heeft bestaan tot 1893. Het patentregister van Nederhorst den Berg uit 1840 noemt veel als beroepen ondrer meer: hoepelbuiger, zadelmaker, kamerbehanger, tapper en een herbergier mét biljarttafel. Hilversum was in de negentiende eeuw dé tapijtstad van Nederland. Veel Hilversummers verdienden hun kost in deze industrie. De fabrikanten in Hilversum vreeseden voor hun monopolie op de productie van koeharen tapijten. In 1862 schreven zij een rekest aan de burgemeester van Kortenhoef waarin zij hem verzochten de wevers uit Kortenhoef te verbieden restanten koehaar voor eigen gewin te verkopen.
   
klik voor vergroting klik voor vergroting
Omstreeks 1900 ontstonden ook in Hilversum de eerste werkliedenverenigingen, de voorlopers van de vakbonden. Op initiatief van deze verenigingen ontstond in 1906 de Gemeente-Arbeidsbeurs, die werkloos geworden arbeiders aan werk moest helpen. In 1917 kregen de vrouwelijke werklozen een eigen ingang. De bemiddeling van dagmeisjes, kamermeisjes, dienstboden, keukenmeiden en werksters floreerde in die dagen. Interieur van het kantoor van de Arbeidsbeurs aan de Langestraat
   
Terug naar boven  

Religie

Sinds de Beeldenstorm is Nederland een labyrint van kerken en geloofsovertuigingen: 'Elke Nederlander is een theoloog, twee Nederlanders vormen een kerk en een derde Nederlander veroorzaakt een scheuring'. Alle gelovigen hebben hun eigen gebruiken en rituelen waarmee ze zich bewust onderscheiden. De protestantse attestatie, de katholieke Sint-Jansprocessie, de joodse synagoge. Herkenbaar en onderscheidend vormden en vormen ze samen het religieuze landschap in het Gooi.

klik voor vergroting klik voor vergroting
Als een lidmaat van een hervormde gemeente verhuisde naar een andere plaats kreeg hij een getuigschrift mee. Zo'n 'attestatie' was nodig om bij een andere gemeente te worden ingeschreven. Deze voorgedrukte attestatie, afgegeven door de kerk van 's-Graveland, heeft een mooie illustratie van de Amsterdamse graveur F. de Bakker Sinds de Napoleontische tijd zijn de torens van de toen bestaande kerkgebouwen eigendom van de gemeenten waar ze staan. Zij dienden als uitkijktoren voor de landsverdediging. Ook toen dit al lang geen noodzaak meer was bleef dat gebruik in stand. De kerkvoogdij van Blaricum bracht jaarlijks zelfs één gulden in rekening bij het dorpsbestuur voor het gebruik van de trap.
   
klik voor vergroting klik voor vergroting
De joodse gemeente in Hilversum bouwde in 1789 de eerste synagoge aan de Zeedijk, nummer 9. Rondom de Zeedijk woonden veel Joodse gezinnen en in 1905 bouwde men er dan ook een eigen joodse school op huisnummer 28/30. De synagoge werd gesloopt vanwege de bouw van het winkelcentrum Hilvertshof. In 1969 nam men een nieuwe gebouw in gebruik aan de Laanstraat. Ondertekening van de Drie Formulieren van Enigheid werd door de Synode van Dordrecht verplicht gesteld voor alle kerkelijke functionarissen. Hier ziet u de handtekeningen van de kerkenraadsleden van de Gereformeerde Kerk Nederhorst den Berg uit de periode 1920-1927.
   
klik voor vergroting klik voor vergroting
Tot 1605 omvatte de hervormde gemeente van Huizen ook Blaricum en Laren, die vanaf dat jaar samen een aparte zelfstandige gemeente vormden. Pas in 1942 werden Blaricum en Laren gescheiden. De Larense kerkenraad vroeg daarom aan de classis om een nieuwe predikantenplaats in te stellen. In Kortenhoef wilde de hervormde gemeente in 1944 een nieuw orgel voor de kerk aanschaffen. Om dit te financieren rekende men op de gemeenteleden die voor 100 gulden een aandeel konden kopen. Het orgel met de galerij kostte in totaal 10.000 gulden.
   
klik voor vergroting
Niets in het Gooi houdt de herinnering aan het vanouds katholieke verleden van deze streek zo levend als de jaarlijkse Sint Janprocessie in Laren op 25 juni. In 1951 sierde een nieuwe ereboog met daarop de tekst 'Looft den Heer Hij is Goed' de stoet.
   
Terug naar boven  

Vrouwenverenigingen

Mensen verenigen zich omdat ze hetzelfde belang of ideaal hebben. Zoals in vakbonden, werkgeversorganisaties en de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen. Soms komt daar een overtuiging bij, bijvoorbeeld de Nederlandse Christen-Vrouwenbond. Zo ontstaan er veel vrouwenverenigingen die zich vervolgens weer onderscheiden in doelstellingen en uitgangspunten. Maar ze bieden allen een platform aan de vrouw en zijn belangrijk op emancipatoir gebied via scholing en het organiseren van cursussen, lezingen, filmvoorstellingen, demonstraties en tentoonstellingen. Welke sporen hebben ze in het Gooi achtergelaten?

klik voor vergroting klik voor vergroting
Vooral praktische hulp bood de Hilversumse vereniging 'Hulp in het Huisgezin' St. Liduina, genoemd naar de patrones van chronisch zieken. De vereniging hielp rooms-katholieke gezinnen wanneer de moeder door ziekte of afwezigheid niet meer voor haar gezin kon zorgen. Het jaarverslag 1916-1917 laat zien hoe gecompliceerd en noodzakelijk dit was. De Christelijke Meisjesvereniging 'De Sijpekring' te Nieuw Loosdrecht voor meisjes boven de zestien, werd opgericht op 24 mei 1927. De jongedames kwamen op de vrijdagavond bijeen voor gebed, gezang, een stichtelijk stuk en handwerk. De flanellen, slopen, onderjurken, schortjes, broeken, hemden en luierbroekjes die tijdens deze samenkomsten werden vervaardigd schonk men aan een goed doel.
   
klik voor vergroting klik voor vergroting
De Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen werd opgericht vlak voor de Eerste Wereldoorlog toen (huis)vrouwen een stem wilden hebben in de voedseldistributie. De vereniging groeide hierna uit tot een landelijke vrouwen-, consumenten- en vakorganisatie en organiseerde voordrachten en cursussen. In september 1913 werd er in Hilversum een afdeling van de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen opgericht. Het 65-jarig bestandwerd in 1978 feestelijk gevierd.
   
klik voor vergroting klik voor vergroting
Hoe belangrijk de huisvrouwen door de commercie werden gevonden blijkt wel uit deze brief van melkproducent Hollandia aan de Nederlandse Christen Vrouwenbond afdeling Hilversum-Centrum. De fabrikant wilde de achterban van deze vereniging bereiken om ruchtbaarheid te geven aan de veranderde verpakking van de Hollandia-melk. Kookles in de Hilversumse gasfabriek. De tijd die een vrouw aan haar huishouden moest besteden werd onder andere door de komst van de wasmachine, stofzuiger en het koken op elektriciteit en gas bekort. De overstap van het kolenfornuis naar een gasfornuis vereiste een andere kooktechniek. Gasbedrijven gaven daarom kookdemonstraties om de toekomstige gebruiker één en ander bij te brengen.
   
klik voor vergroting klik voor vergroting
De cursussen aangeboden door de Stichting voor Huishoudelijke en Gezinsvoorlichting 'Het Baken' moesten de vraagstukken van algemene aard op het terrein van huishoudelijke- en gezinsvoorlichting bevorderen. De landelijke stichting ontstond in 1933 tijdens de crisisjaren en richtte zich vooral op die (huis)vrouwen die met weinig geld een gezin draaiende moest zien te houden. In 1935 kwam er een Hilversumse afdeling. Hier de folder met het cursusaanbod voor het seizoen 1960-1961. Het tweejarig bestaan van het vrouwencafé in de Triangel aan de Kruissteeg 26 te Hilversum was de aanleiding voor het uitgeven van een gedichtenbundel. Naast de al eerder gepubliceerde gedichten uit de Hilversumse Vrouwenkrant werd een keuze gemaakt uit de vele inzendingen van vrouwen uit de omgeving van Hilversum.
   
Terug naar boven  

Wonen

Stel het je voor. De Hilversumse steeg de Schrobbebank in 1900. Verkrotte woningen waarin arme wevers en spinsters leven. In de hele regio boerderijen waarin broers en zussen en hun ouders bij elkaar wonen. Tegenwoordig woont niemand meer in een krot, zijn boerderijen verbouwd tot villa's en ligt een eigen rijtjeshuis voor velen binnen handbereik. Maar nog steeds geldt de veronderstelling dat je bent waar je woont. Zoals erfgooiers die in het erfgooierskwartier gehuisvest werden, woonwagenbewoners met een eigen 'kamp' en arme drommels die 'noodwoningen' toegewezen kregen.

klik voor vergroting klik voor vergroting
Tegenwoordig probeert men zijn huis te verkopen via internet. Vroeger werden affiches gedrukt en opgehangen of verspreid. Zo ook voor de veiling in 1738 van dit landhuis in Kortenhoef. Het huis had twee namen: de naam die de eigenaar gaf en de naam in de volksmond. Wat in het dagelijkse leven misging werd door de politie beschreven in dag- en nachtrapporten. Zo lezen we over weggelopen kinderen, kleine woordenwisselingen, verdachte personen, klagende buren. Maar ook een passage over de huisvesting van een Hilversums gezin dat na woninguitzetting in 1910 enige tijd in een tentje bivakkeerde.
   
klik voor vergroting klik voor vergroting
Hilversum kende veel sloppen en stegen waar men onder de armoedegrens leefde. Deze foto, omstreeks 1922, toont de zogenaamde 'Schrobbebank' een steeg bij het Achterom. De huizen werden in 1934 gesloopt wegens instortingsgevaar. Blaricum 1935: door een brand waren broer en zus Evert en Mietje Beek dakloos geworden. Het armbestuur wilde voor hen van oude materialen een woning maken. Burgemeester en wethouders gingen akkoord onder voorwaarde dat broer en zus de helft van de kosten zouden betalen.
   
klik voor vergroting klik voor vergroting
Na de invoering van de Woningwet van 1901 werden vele woningbouwverenigingen opgericht. Ieder had zijn eigen idealen en doelgroep. Zo mocht ook een 'Woningbouwvereniging van Erfgooiers' niet ontbreken in Hilversum. In 1948 werd de eerste steen gelegd van alweer het vijfde woningcomplex. Reizigers, zigeuners, kampers: allerlei benamingen kregen woonwagenbewoners door de eeuwen heen. Vaak onwelkom, ondergebracht buiten de bebouwde kom, uit het zicht. Er waren woonwagenkampen in Loosdrecht, Hilversum en ook in Laren. Tegen het eind van de jaren zestig van de 20e eeuw werden deze opgeheven en de bewoners samengebracht in het regionale woonwagenkamp 'De Egelshoek' in Hilversum. Twee decennia later wilde men daar weer vanaf en werden weer kleine kampen ingericht in de hele regio. De Egelshoek bestaat nog steeds.
   
klik voor vergroting klik voor vergroting
In 1918 werd een wet op woonwagens en woonschepen van kracht. Die bepaalde onder meer dat voor het bewonen van wagen of schip een vergunning nodig was. In Loosdrecht hield men tussen 1930 en 1978 een speciaal register bij, hierin werden meer schepen dan woonwagens geregistreerd. Lutherhof, Calvijnhof en Augustinushof in de kersverse Hilversumse woonwijk Kerkelanden in 1968.
   
Terug naar boven  

Laatst gewijzigd: 17/10/11