Gooise Oorlogsgetuigen

Het aantal mensen dat de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt wordt steeds kleiner. Daardoor is het steeds moeilijker om uit eerste hand persoonlijke verhalen over die tijd te horen. In 1990 is de film Goois Getuigen gemaakt, uitgebracht op twee videobanden door de Werkgroep Herdenking Mei ´40-´45 in Hilversum. Het Streekarchief Gooi en Vechtstreek beheert de collectie van de werkgroep en heeft de videobanden nu geconverteerd voor publicatie op deze site. De film bestaat uit zestien verhalen in de vorm van interviews met mensen die uit eigen ervaring spraken. De verhalen gaan over allerlei aspecten van de oorlogsjaren in het Gooi.

Klik op de foto om de film te bekijken. Klik hier om alle films als verzameling te bekijken.

Gooise Getuigen Spionage
Omroep in oorlogstijd Knokploegen
Het verzet Pilotenhulp
De 'Arbeitseinsatz' Wapendroppings
De Februaristaking Illegale zender
Hulp aan onderduikers Koerierster
Distributiebonnen voor onderduikers Illegale pers
Een onderduikadres Bevrijdingsdag
Onderduiker  

 

Gooise Getuigen

 

De film Gooise Getuigen geeft een beeld van de oorlogsjaren in het Gooi aan de hand van persoonlijke verhalen en historisch filmmateriaal. Door de film in z´n geheel te bekijken, krijgt u de verhalen in hun bredere context te zien.

Omroep in oorlogstijd

 

Hilversum was door de omroep al direct belangrijk voor de Duitse troepen na de inval in Nederland. Zij hadden de radio nodig voor hun propaganda en wilden voorkomen dat het verzet zich via dit medium uitte. Vanuit een gebouw aan het Melkpad te Hilversum, vlak bij de AVRO-studio controleerde en regelde de Rundfunk-betreuungsstelle alle omroepzaken. Mevrouw Emmy Lopes Dias ondervond als jonge omroepmedewerkster direct de gevolgen van de beperkende maatregelen door de bezetter.

   

Het verzet

 

Kort na de inval gedroegen de bezetters zich correct en ging het leven langzamerhand weer zijn normale gang. Er waren toch al Nederlanders die in verzet gingen. Dit waren vooral jonge mensen. Hun verzet bestond in het begin alleen uit prikacties maar later gingen zij georganiseerder te werk. Een van hen was Bob de Geus.

   

De ´Arbeitseinsatz´

 

De meeste mannen in Duitsland moesten in militaire dienst. Om de oorlogsindustrie in Duitsland draaiende te houden waren arbeidskrachten uit de bezette gebieden nodig. In het begin werden die als vrijwilligers geworven. Omdat dit onvoldoende werkkrachten opleverde kwam er de verplichte tewerkstelling, de ‘Arbeitseinsatz’. De Arbeidsbureaus in Nederland kregen de taak dat te regelen. Gelukkig zaten in deze bureaus ook medewerkers die de bezetter tegenwerkten. De heer F.J. Schulte herinnerde zich dat nog goed.

   

De Februaristaking

 

Begin 1941 begonnen in Amsterdam de eerste razzia´s waarbij joden werden opgepakt. Amsterdamse arbeiders legden als protest hiertegen massaal het werk neer. Dit groeide uit tot de grootste staking in de oorlog, de Februaristaking. Van Amsterdam sloeg de staking over naar de Zaanstreek en het Gooi. In Hilversum liep een groep stakers de straat op in de richting van het Oude Raadhuis op de Kerkbrink. De plaatselijke Duitse commandant was overdonderd en greep ondanks zijn soldaten en machinegeweren niet in. Mevrouw I.N. van den Hazel-Dooves werkte in die tijd bij de Beijersdorf-fabriek aan de Oude Amersfoortseweg in Hilversum.

   

Hulp aan onderduikers

 

Het aantal mensen dat zich voor de Duitsers verborgen moest houden werd steeds groter. Veel joden en mannen die niet in Duitsland tewerk gesteld wilden worden probeerden zich schuil te houden, men noemde hen ‘onderduikers’. Al die mensen moesten valse papieren hebben om aan eten te komen. Bijna al het voedsel was op de bon: geen bonnen dan geen eten. De onderduikers waren geheel afhankelijk van de hulp van anderen. De organisatie die de hulp organiseerde was de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers, kortweg en LO. De heer Gé Verheul wist precies hoe dat in zijn werk ging..

   

Distributiebonnen voor onderduikers

 

De hulp aan onderduikers was afhankelijk van de medewerking van de ‘goede’ ambtenaren bij de Distributiedienst. Zij hielpen het verzet aan bonkaarten voor de onderduikers. In enkele gemeenten in Nederland overviel het verzet de distributiekantoren en gemeentehuizen om aan bonkaarten en identiteitspapieren te komen. In Hilversum ging dat altijd zonder geweld dankzij de medewerking van onder anderen de heer G.W. Sluijk. Hij regelde het illegaal verstrekken van bonkaarten min of meer onopgemerkt.

   

Een onderduikadres

 

Het was lastig om goede onderduikadressen te regelen. Mensen die onderduikers onderdak boden liepen zelf ook groot gevaar. In kleine huizen zaten onderduikplekken in kleine ruimten achter een schot of onder de vloer. In boerderijen en in grote villa´s waren er meer mogelijkheden maar het gevaar van ontdekking bleef groot. Bezoekers, buren en leveranciers merkten vaak dat er onderduikers waren en sommigen van hen verraadden die huizen aan de bezetter waarna dan een inval volgde. De voortdurende angst om ontdekt te worden was bijna ondragelijk. Mevrouw R.M. Mauthner-Schink heeft gedurende de gehele oorlog in haar huis onderduikers onderdak geboden zonder eenmaal te zijn ‘betrapt’.

   

Onderduiker

 

Voor de onderduikers was het leven verre van aangenaam. Om ontdekking te voorkomen moest vaak van onderduikadres worden gewisseld. De bewegingsruimte was vaak beperkt en het onderkomen beklemmend. Veel onderduikers zijn opgepakt. Voor de joden betekende dit transport naar de vernietigingskampen. Een enkeling overleefde de oorlog na verblijf op vele onderduikadressen. Gelukkig kon de heer J.F. van Leer zijn ervaringen als onderduiker navertellen.

   

Spionage

 

De commandant van het Duitse leger in Nederland nam met zijn grote staf zijn intrek in villa´s in de Hilversumse wijk Trompenberg. Het gebied werd geheel afgesloten en was niet meer toegankelijk voor Hilversummers. De geallieerden waren zeer geïnteresseerd in wat zich afspeelde in Trompenberg. Tweemaal probeerden zij door bombardementen het Duitse leger in Nederland in het hart te treffen. Jonge jongens hadden de mogelijkheid om zich in Hilversum te verplaatsen zonder opgepakt te worden voor de ‘Arbeitseinsatz’. Een enkeling zoals Bob de Geus kon zo de Duitse troepen bespioneren en hun verblijfplaats in kaart brengen.

   

Knokploegen

 

De bezetter werd later in de oorlog steeds vaker met geweld bestreden. Hiertoe stelde het verzet knokploegen samen, de zogenaamde KP´s. De heer B.C. Picauly was jarenlang lid van zo´n knokploeg.

   

Pilotenhulp

 

Naarmate de oorlog vorderde namen de bombardementen op Duitsland door Engelse en Amerikaanse vliegtuigen toe. Dagelijks vlogen honderden bommenwerpers over Nederland. De Duitse troepen probeerden met hun jagers en luchtdoelgeschut de vliegtuigen uit de lucht te halen. Regelmatig werden geallieerde vliegtuigen getroffen en neergehaald. Soms lukte het de bemanning om met een parachute uit het vliegtuig te springen. Na het neerkomen was het zaak om hen snel in veiligheid te brengen. De heer G.J.M. Staal was lid van de groep voor de pilotenhulp in Eemnes en Blaricum.

   

Wapendroppings

 

Het verzet had wapens en zenders nodig om het werk te kunnen doen. Op verzoek werden ‘bestellingen’ door geallieerde vliegtuigen afgeworpen, ook in het Gooi. Voor de veiligheid gebeurde dit meestal in de nacht. Er was een goede organisatie voor nodig om de juiste afspraken te maken en om er voor te zorgen dat na de dropping alles snel op de juiste plaats van bestemming kwam. De heer J. Zeldenrijk was hierbij betrokken.

   

Illegale zender

 

Om de informatie die in het Gooi was verzameld in Engeland te krijgen gebruikte het verzet een aantal zenders. Informatie over troepenbewegingen, opstellingen van afweergeschut, huizen met belangrijke militairen en verzoeken om speciale goederen gingen via die zenders naar Engeland. In het Gooi waren veel omroepmensen betrokken bij het onderhouden en bedienen van de apparatuur . De heer H.D. Bruyel werkte jarenlang met de illegale zender in het voormalige Hof van Holland aan de Kerkbrink te Hilversum.

   

Koerierster

 

Een belangrijke rol in het verzet speelden de koeriersters. Dit waren meisjes en vrouwen die met gevaar voor eigen leven de contacten tussen allerlei groepen onderhielden. Vaak wisten zij niet wat zijn vervoerden en voor de veiligheid kenden zij verzetsmensen alleen bij een (meestal verzonnen) voornaam. Mevrouw Trees Bool-Stellingwerf wist nog goed hoe het destijds ging en ook hoe het soms bijna fout afliep.

   

Illegale pers

 

De kranten en radio stonden onder censuur van de Duitsers. Daardoor berichtten zij alleen wat de bezetter wilde. De BBC gaf vanuit Engeland wel betrouwbaar nieuws, ook in het Nederlands. Dit was voor de bezetter reden om alle radio´s te vorderen. Het luisteren naar de BBC was een illegale activiteit. Om toch berichten uit Engeland verder te verspreiden en ook lokale ontwikkelingen bekend te maken kwamen er allerlei illegale krantjes en blaadjes. Jim Roth behoorde in die tijd tot de jongeren die actief waren in het verzet. Vanuit zijn ouderlijk huis aan de Utrechtseweg 61 verzorgde hij het drukken op een illegale pers van één van de illegale bladen.

   
Eerder publiceerde het Streekarchief een groot aantal verzetskranten. U kunt ze vinden door op de pagina Uw Zoekvraag te zoeken op “illegale pers”.
De kranten laten de ontwikkeling van de Tweede Wereldoorlog in vooral de laatste oorlogsjaren zien. De spotprenten van Hein Korpershoek geven een heel eigen blik op de gebeurtenissen.
   

Bevrijdingsdag

 

In het laatste jaar van de oorlog waren de leefomstandigheden voor veel Gooiers slecht. Vooral het ontbreken van voldoende voedsel leidde tijdens de hongerwinter tot veel ellende. Eind april 1945 leek de redding nabij. Soms kon je in het Gooi het geallieerde geschut al horen. Na de bevrijding op 5 mei volgde de overgang van een bezet land naar een bevrijd land. Gé Verheul speelde in deze overgangsperiode een belangrijke rol. Hij herinnerde zich nog goed zijn contacten met Prins Bernard in Wageningen en met Generaal Blaskowitz in Hilversum.

 

Colofon

De video ‘Gooise Getuigen’ was een project van de gemeentelijke Werkgroep Herdenking Mei ´40-´45 in Hilversum.
Redactie: Emmy Lopes Dias en Pim Reijntjes
Camera: Hans de Ruiter
Geluid: Thijs de Widt
Samenstelling en regie: Pim Reijntjes
Hilversum, mei 1990

Terug naar boven

Laatst gewijzigd: 07/03/11